71 dorpsgenoten komen begin september terecht in het Nazi-concentratiekamp van Neuengamme bij Hamburg. Daar moeten ze werken in kleiputten, steen- en wapenfabrieken. De leefomstandigheden zijn rampzalig. Alle bezittingen worden afgenomen, hoofden worden kaalgeschoren. Vanaf nu zijn ze enkel nog een nummer, in blauw-wit gevangenenkostuum, met rode driehoek van politieke gevangene. Voedsel en kledij is er amper en het werk is uitputtend. Vele dorpsgenoten bezwijken van ontbering of ziektes, medische zorg is er quasi niet.
Een deel van de gevangenen wordt naar de satellietkampen verplaatst, waar ze moeten werken in de Duitse oorlogsindustrie zoals scheepswerven, wapen- fabrieken en zelfs in de mijnen.
In april ‘45 rukken de geallieerden op naar Noord-Duitsland en worden de kampen ontruimd, gevangenen worden op dodenmars gestuurd. Net voor de bevrijding komen vele gevangenen nog om in een scheepsramp.
Van mijn 71 gedeporteerde dorpsgenoten zal ik er 63 nooit meer terugzien…

