
De hoeve kan je vandaag niet meer zien, enkel nog de ruïnes van de voormalige stalling. Tijdens WOII werd deze hoeve bewoond door het gezin van Remi en Clementine Merckx-Swinnen. Moeder Clementine was fel aanhangster van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) dat collaboreerde met de Duitse bezetter. Zo werden ook haar zoons lid van de Vlaamse Fabriekswacht en marcheerden in zwart uniform door het dorp. Het was de aanslag op hun zoon Gaston op 30 juli, dat de rechtstreekse aanleiding was voor de razzia’s in het dorp. De twee oudste zoons van het gezin namen actief deel aan deze razzia’s. Na de oorlog werd bijna iedereen in het gezin veroordeeld voor collaboratie, tot de jongste zoon Ernest toe die op het moment van de feiten maar 16 jaar was. De drie oudste broers zijn gevlucht en ter dood veroordeeld bij verstek, doch nooit gevonden. De rest van de familie kwam terecht in de gevangenis en werd vervroegd vrijgelaten in 1951, waarna ze verhuisden naar het Brusselse. De hoeve werd geplunderd en geruïneerd door de inwoners tijdens de repressie. Vandaag kan je nog de achterste stalling zien, ook de kelders van het woonhuis zijn bewaard.
